Klik op onderstaande link:

Op weg naar het modernisme. De voorvaders van de moderne kunst en hun denken – David Vergauwen

open/sluit de bijhorende tekst

seurat07

A. Van oudsher is de eerste functie van kunst het afbeelden van de realiteit. In het westen heeft men altijd geprobeerd aan deze functie te voldoen door het object zo goed mogelijk na te bootsen.

B. De kunst van de twintigste eeuw is niet zo begaan met het dupliceren van uiterlijke kenmerken. Kunstenaars uit het modernisme gaan op zoek naar andere waarheden en andere manieren om de werkelijkheid beter uit te beelden dan wanneer men de uiterlijke verschijningsvorm gaat reproduceren.

Deze lessenreeks volgt de kunstenaar van A naar B. We behandelen een aantal figuren die aan de drempel van het modernisme hun stempel drukten op de geschiedenis van de schilderkunst. We gaan na hoe de waarneming van de realiteit tussen het realisme en het symbolisme is veranderd. Zo bespreken we de plastische evolutie van figuren zoals Courbet, Manet, Monet , Renoir, Gauguin, Van Gogh, Seurat en Signac, om uiteindelijk bij de symbolisten te eindigen.

Deze cursus maakt deel uit van de basisreeks Moderne en actuele kunst. Docent David Vergauwen.


De modernen te Parijs – Fauvisme en kubisme (1904-1914) – David Vergauwen

open/sluit de bijhorende tekst

les_demoiselles_davignon

Wanneer Picasso aan het einde van 1906 zijn ‘Demoiselles d’Avignon’ bedenkt, luidt hij niet alleen het tijdperk van de kubisten in, maar geeft hij tevens het startschot voor de ontwikkeling van de modernistische avant-garde in de 20e eeuw. Het kubisme is in die zin belangrijk omdat het zal proberen om het object systematisch te “abstraheren”, zonder dat het kunstwerk zijn realiteitsgehalte verliest. We noemen dit “de verdwijntruc van het object”. We zullen deze verdwijntruc stap voor stap verklaren, zodat u op het einde elke kubistische ruimte leert lezen tot het object volledig is verdwenen en de abstracte kunst wordt geboren.

Onder deze modernen te Parijs, tellen we niet alleen de kubisten, maar ook de fauvisten en futuristen. Zo zullen we ingaan op het werk van Derain, Vlaminck en uiteraard Matisse, die het kleurgebruik van de impressionisten toch wat saai vonden. Zij ontwikkelen een kleurrijke, lyrische en spontane manier van schilderen. Met het futurisme belanden we uiteindelijk in een stroming die voor het eerst expliciet de wonderen van de moderne wereld wil bezingen: vooruitgang, actie, techniek, geweld en dynamiek staan centraal.

Deze cursus maakt deel uit van de basisreeks Moderne en actuele kunst. Docent David Vergauwen.


Het Duits expressionisme: over het geestelijke in de kunst (1900-1914) – David Vergauwen

open/sluit de bijhorende tekst

Klimt

Kunst vormt de brug met de wereld van de geest, zei Franz Marc. Als geen ander zouden de Duitse Expressionisten van hun discipline een transcendente onderneming maken. Waar de impressionisten hun kunst baseerden op de optisch waarneembare werkelijkheid, gingen de expressionisten het gevoelsleven centraal plaatsen. De uitingen van “deze wereld van de geest” waren uiterst divers. De natuurmystiek van Marc, de spiritualiteit van Kandinsky of gefrustreerde portretten van Schiele: het zijn allemaal uitdrukkingen van de diepste essentie van het menselijk wezen. Uiteraard zullen auteurs als Nietzsche en Freud ons bij deze reeks goed van pas komen.We starten met een korte inleiding op de kunst van de Duitse romantiek, en belichten de symbolistische voorlopers van het expressionisme, met name James Ensor, Edvard Munch en Gustav Klimt. De eersten die de ingeslagen weg van Munch en Ensor volgen, zijn de Noord-Duitse expressionisten, met als voornaamste figuur Emil Nolde. Hij maakte ook kort deel uit van de het Dresdense (nadien Berlijnse) kunstenaarscollectief Die Brücke. We volgen de evolutie van Pechstein, Heckel, Kirchner en de anderen van expressionistische natuurschilders tot psychotische stadsschilders. De voornaamste groep onder de Duitse expressionisten bevindt zich te München. Daar werken de leden van Der Blaue Reiter aan een meer tijdloos project. We hebben het over Kandinsky, Münter, Marc en Jawlensky als schilders van de innerlijke natuurmystiek. Hier ontstaan ook de eerste abstracte kunstwerken in Duitsland. De laatste lessen blijven voorbehouden voor de zwaar psychologiserende werken van de Oostenrijkse expressionisten Oskar Kokoschka en Egon Schiele.

Deze cursus maakt deel uit van de basisreeks Moderne en actuele kunst. Docent David Vergauwen.


Hoe de kunst de kunst overleefde: Abstracte en conceptuele kunst (1910-1920) – David Vergauwen

open/sluit de bijhorende tekst

Marcel_Duchamp

Vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog kende de westerse kunst haar meest extreme componenten. Malevich schilderde vierkanten waaruit hij een hele suprematische wereld reconstrueerde. Mondriaan tekende horizontalen en verticalen en vulde enkele van de aldus ontstane vlakken met geel, rood of blauw. Zij bereikten de geometrische abstractie, het absolute nulpunt op vormelijk vlak. Hoe moest het nu verder? Dezelfde vraag kan worden gesteld met betrekking tot de dadaïsten. Supergrapjas Kurt Schwitters plakte gescheurde tramkaartjes, gebruikte lucifers en sigarettenpeuken op een postkaart en noemde het kunst. Duchamp plaatste een urinoir op een sokkel en noemde het een meesterwerk. Was dit een grap of moeten we dit ernstig nemen? De dadaïsten bereikten het absolute nulpunt op inhoudelijk vlak. We behandelen de meest extreme uitwassen binnen de avant-gardes. Het ontstaan van abstracte en conceptuele kunst deed destijds vele vragen rijzen. Wat is kunst? Bestaat ze nog? Of is het anti-kunst geworden? Deze overwegingen waren van uitzonderlijk belang voor de verdere ontwikkeling van de kunst in de 20ste eeuw. 

Deze cursus maakt deel uit van de basisreeks Moderne en actuele kunst. Docent David Vergauwen.


Modernisme tussen twee wereldoorlogen: Le retour à l’ordre (1920-1940) – David Vergauwen

open/sluit de bijhorende tekst

CU30004MoholyNagy01

Na het cataclysme van de Eerste Wereldoorlog ruimen de kunstenaars het puin. Hun wereld ligt aan scherven, aan hen om de nieuwe maatschappij een hart onder de riem te steken. Kunst wordt sociaal, idealistisch, soms utopisch, maar altijd maatschappijbevestigend.

De constructivisten affirmeren zich heel duidelijk met de nieuwe orde. De Russen (Lissitzky, Tatlin, Rodchenko) geven hun kunst een plaats in het utilitaire idioom van het post-revolutionaire Rusland. Met de Duitsers aan het BAUHAUS (Gropius, Feininger, Moholy-Nagy, Kandinsky en Klee) zal het onderscheid tussen de utilitaire kunst en de schone kunst verdwijnen. Het Bauhaus richt zich op praktische en realistische doelen. Nog in Duitsland zal de Nieuwe Zakelijkheid een overdreven realisme aan de dag leggen om de sociale uitdagingen en de ellende na de Oorlog te inventariseren.

Het surrealisme te Parijs richt zich steeds meer op de kennis van het individu en niet zozeer op de maatschappij. Teleurgesteld in het, door de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog al te optimistisch gebleken, rationalisme en geïnspireerd door de ideeën van Sigmund Freud, stellen surrealisten de door vrije associaties gekenmerkte bewustzijnstoestand van de droom centraal. Dit zal uitmonden in het zogenaamde abstracte surrealisme (Miró).

Deze cursus maakt deel uit van de basisreeks Moderne en actuele kunst. Docent David Vergauwen.


De spiegel van het onbewuste – Het na-oorlogse Amerikaanse abstract expressionisme en de Ecole de Paris – Kristin De Glas

open/sluit de bijhorende tekst

De spiegel van het onbewuste

Na de tweede wereldoorlog worden de krachtverhoudingen in de wereld grondig herschikt. Het zijn voortaan de Verenigde Staten die op de voorgrond treden in politiek, economie en wetenschap. Ook in de kunst is dit niet anders. De rol van Parijs als onbetwist centrum van de kunstwereld lijkt uitgespeeld. New York neemt over. De schilders van de ‘New York School’ treden op de voorgrond. Ze brengen een soort schilderkunst, die nog wel haar wortels heeft in de het Europese kubisme en surrealisme, maar die deze invloeden zeer zelfstandig verwerkt. Wat ze schilderen lijken ze uit de diepte van hun onbewuste naar boven te halen.

In een tekst van 1948 – ‘The sublime is now ‘- schreef Barnett Newman over het verschil tussen Europese en Amerikaanse kunst. In tegenstelling tot de Europese kunst die nog steeds bezig was het ‘schone’ te zoeken, was de Amerikaanse kunst er volgens Newman op uit de essentie van de kunst bloot te leggen. Als we de existentialistische en heroïsche schilderkunst van zowel de ‘Action Painting’ als de ‘Colorfield’ vergelijken met de wat bloedloze Europese kunst van dezelfde periode, kunnen we hem geen ongelijk geven.

Slechts kunstenaars zoals Dubuffet, de leden van de Cobrabeweging en vooral Bacon slagen er in zich te onttrekken aan de formalistisch en esthetiserende tendensen in de Europese kunst en direct en confronterend te schilderen.


De culturele supermarktDe Sixties: pop art, nouveau réalisme en post painterly abstraction – Kristin De Glas

open/sluit de bijhorende tekst

lichtenstein

“I am nature”, luidde nog de plechtstatige verklaring van Jackson Pollock in de jaren 50. Andy Warhol beantwoordt deze krasse uitspraak laconiek met “I’d like to be a machine”.

En omdat de pop art eigenlijk in Engeland is ontstaan, mocht Richard Hamilton eraan toevoegen: “Pop is populair, vluchtig, oppervlakkig, goedkoop, in serie vervaardigd, jong, grappig, sexy, spectaculair, luxueus, big business…

Hiermee was de toon gezet. Kunstenaars als Blake en Hockney zullen volgen.

Tot afgrijzen van de gevestigde orde nam de kunst in de jaren 60 een bizarre en totaal onverwachte wending. Soepblikjes werden tentoonstellingsobjecten. Gigantische wasspelden eisten hun plaats op als beeldhouwwerk. Stripverhalen en reclameborden hingen aan museummuren. Warhol was de nieuwe kunstpaus en overal heerste er een vrolijke anarchie.

De massaproductie van consumptieartikelen en de allesoverheersende beeldcultuur van foto, film en televisie hadden een volstrekt nieuwe wereld van tekens en voorstellingen gecreëerd. De kunstenaar ging hier niet langer aan voorbij, maar integreerde dit uitdijende heelal van nieuwe beelden in zijn werk. Lichtenstein haalde zijn inspiratie uit strips, Rosenquist uit reclameborden, Oldenburg uit de spijkers en stekkers.

Ook Parijs sloot aan bij deze nieuwe belangstelling voor de realiteit. Het ‘Nouveau Réalisme’ van Klein, Spoerri, Arman, César, Tinguely en Christo confronteert ons niet langer met afbeeldingen van de realiteit, maar met de realiteit zelf.

Betekent dit het einde van het modernisme en het begin van de postmoderne era?
Of komen we hierdoor terecht in een wereld van ‘simulacres’ zoals de Franse filosoof Baudrillard beweert?


De kunst ondervraagd – De nieuwe avant-garde van de jaren zestig en zeventig – Kristin De Glas

open/sluit de bijhorende tekst

Jan Dibbets

Jan Dibbets

Kunst en creativiteit barsten uit hun voegen in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw en kunstenaars doen de meest buitenissige dingen.

Terwijl Richard Long van de ene naar de andere kant van Engeland wandelt en Stanley Brouwn in Amsterdam nauwgezet zijn stappen telt, voert Hermann Nitsch orgiastische rituelen op in Wenen. Jan Dibbets ziet dan weer bergen oprijzen in het vlakke landschap van Nederland en Michael Heizer verplaatst 240.000 ton aarde in de Nevada woestijn.

Ondertussen legt Carl André rustig zijn tegels in vierhoekvorm op de grond, terwijl Dan Flavin poogt met neonlicht beeldhouwwerk te maken. On Kawara stuurt ons een kaartje om te laten weten hoe laat hij die morgen is opgestaan. Hanne Darboven is allang wakker en telt en rekent hele muren vol. Don Judd ontwerpt een minimalistische stoel en Kosuth vraagt zich af wat nu precies het verschil is tussen die stoel en zijn afbeelding.

Minimal, concept, performance, happening, land art: het vertoont ogenschijnlijk weinig samenhang. Het is wel allemaal origineel, anders, fris en gedurfd. Een werk is interessant omdat het nieuw is. Kunstenaars provoceren en dagen uit. Ze stimuleren en beïnvloeden elkaar. Ieder zoekt eigenzinnig naar nieuwe manieren om zich uit te drukken. Net zoals in de rest van de maatschappij wordt ook in de kunstwereld alles in vraag gesteld. ‘Kunst’ is op de eerste plaats ‘experiment’ geworden.


Het labyrint van de schilderkunst – Verhaal en voorstelling in de kunst van de jaren tachtig – Kristin De Glas

open/sluit de bijhorende tekst

Baselitz

Baselitz

Joseph Beuys, de sjamaan van Düsseldorf, drukte in de jaren 70 stevig zijn stempel op het kunstgebeuren. Zijn performances spraken over de menselijke conditie en riepen op tot een vrije, creatieve levenswijze: “Alles is kunst en iedereen is een kunstenaar”.

In Italië creëerde de arte povera krachtige beelden.Voor Merz en Kounellis waren zelfs paarden en iglo’s geschikt om kunst te maken.

De eerste tekenen van de grote ommekeer zijn in het midden van de jaren 70 al zichtbaar. Het opwindende ritme van vernieuwingen komt tot stilstand. De gemeenschap van discussiërende, elkaar stimulerende kunstenaars in de kunstcentra valt uiteen. Kunst wordt reflexief. De wil om de grenzen te overschrijden en daardoor steeds meer vrijheid te veroveren, maakt plaats voor de behoefte om grenzen te bepalen en criteria te stellen. In het begin van de jaren 80 ontstaat er opnieuw een massale belangstelling voor de pure schilderkunst. Nieuwe schilders zoals Baselitz, Kiefer, Chia of Schnabel werken bovendien figuratief en lijken ervan overtuigd dat de schilder een verhalenverteller is, een bedenker van mythen en symbolen. Expressionistisch gepenseelde doeken delen nu de wand met graffitiachtige schilderijen. Olieverf is terug, concept art lijkt plots achterhaald. Om werkelijk modern te zijn moet men postmodern zijn. De ware avant-garde is nu de trans-avant-garde. Om vooruit te gaan moet men terugkijken. Er wordt dan ook enthousiast geciteerd uit de hele lange geschiedenis van schilderkunst. Poëzie en ironie gaan hand in hand en worden de krachtige wapens van deze nieuwe schildersgeneratie.


Het einde van de kunst – Diversiteit en fragmentatie in de kunst van de jaren negentig en verder – Kristin De Glas

open/sluit de bijhorende tekst

Diversiteit en fragmentatie karakteriseren de kunst van het laatste decennium. Meer dan ooit te voren hanteren kunstenaars nieuwe materialen, technieken en stijlen. Kunst bezette nog nooit zo’n gevarieerd en breed veld: van het fantastische universum van Matthew Barney tot de maatschappijkritische werken van Thomas Hirschhorn. Foto, video, computer- en internetkunst zijn ondertussen helemaal ingeburgerd. Fenomenen als Brit Art konden op veel aandacht en bijval rekenen, maar ook Japan en China zijn op het toneel verschenen. Concept en Neo-Concept blijven het goed doen, maar ook de schilders zijn nog steeds ‘in’. ‘Identiteit’, zowel seksueel als etnisch, wordt een belangrijk thema.

Tegelijkertijd wordt zowel kunstwerk als auteurschap voortdurend in vraag gesteld. Door sommigen wordt dit alles gezien als een bewijs van de diepe crisis waarin de kunst verkeert.

Om tot een beter begrip van deze situatie te komen hanteert de filosoof Arthur Danto hier het concept van ‘het einde van de kunst’. De crisis in het kunstbedrijf is er volgens hem eigenlijk niet om de eenvoudige reden dat er geen ‘kunst’ meer is. ‘Kunst’ als dusdanig bestaat niet meer. Ze heeft zich getransformeerd in iets anders, iets wat volgens andere wetmatigheden functioneert. Het is dus uiteraard onzinnig deze nieuwe vormen met oude concepten als schoonheid, authenticiteit of betekenis te benaderen

We zoeken onze weg in deze verwarrende maar boeiende wereld.