Het na-oorlogse Amerikaanse abstract expressionisme en de Ecole de Paris – Kristin De Glas

Antoni Tàpies

Antoni Tàpies


Na de tweede wereldoorlog worden de krachtverhoudingen in de wereld grondig herschikt. Het zijn voortaan de Verenigde Staten die op de voorgrond treden in politiek, economie en wetenschap. Ook in de kunst is dit niet anders. De rol van Parijs als onbetwist centrum van de kunstwereld lijkt uitgespeeld. New York neemt over. De schilders van de ‘New York School’ treden op de voorgrond. Ze brengen een soort schilderkunst, die nog wel haar wortels heeft in de het Europese kubisme en surrealisme, maar die deze invloeden zeer zelfstandig verwerkt. Wat ze schilderen lijken ze uit de diepte van hun onbewuste naar boven te halen.

In een tekst van 1948 – ‘The sublime is now ‘- schreef Barnett Newman over het verschil tussen Europese en Amerikaanse kunst. In tegenstelling tot de Europese kunst die nog steeds bezig was het ‘schone’ te zoeken, was de Amerikaanse kunst er volgens Newman op uit de essentie van de kunst bloot te leggen. Als we de existentialistische en heroïsche schilderkunst van zowel de ‘Action Painting’ als de ‘Colorfield’ vergelijken met de wat bloedloze Europese kunst van dezelfde periode, kunnen we hem geen ongelijk geven.

Slechts kunstenaars zoals Dubuffet, de leden van de Cobrabeweging en vooral Bacon slagen er in zich te onttrekken aan de formalistisch en esthetiserende tendensen in de Europese kunst en direct en confronterend te schilderen.


 

INHOUD